Ik ben bezig met wat nieuws, maar dat misschien later.
Ben donderdag naar Youp van het Hek geweest. In Enschede das aan de andere kant van de wereld. Nou valt dat op zich wel mee, maar met de trein ben je toch een uur en een kwartier onderweg.
We waren met zn negenen en pas toen iedereen zich thuis voelde in het theaterhotel en zijn jas aan de garderobedame had afgegeven kwamen we erachter dat we kaartjes hadden voor vrijdag. We waren dus een dag te vroeg. Gelukkig werkte een meisje dat mee was in het desbetreffende theater en zo konden we net voor dat Youp begon een plek bemachtigen. Niet allemaal bij elkaar. Zo had ik, met drie anderen, een plaats op de eerste rij van het balkon. Jaja, lekker met de schoentjes uit de voeten op de reling en staren naar Youp. Ideaal zo vond ikzelf.
Na afloop gingen we nog even de stad in. Enschede. Daar had ik een jaartje gestudeerd en ik merkte dat een jaar genoeg was om de binnenstad van Enschede op je duimpje te kennen. Kwam nog wat oud klasgenoten van me tegen die me wel een biertje wilde aanbieden en terwijl ik zo lekker kosteloos zat te kantelen verstreek de tijd. Die nacht sliep ik weer eens een keer bij mijn ouders, waardoor ik er smorgens om 7.00 uur uit moest om de bus te halen. Niet erg prettig.
Nu poolen en dan weer terug naar Zwolle. Fijne week!
6. (slot)
We begonnen. Alsof het van te voren bedacht was kozen we allemaal weer een vechtpartner. Het vechten was minder hard dan we gewend waren. Meestal schopten en sloegen we lekker door, maar nu, met stokken, deed iedereen voorzichtig. Daarnaast wilde iedereen natuurlijk laten zien hoe goed hij zijn wapen beheerste. En dus tikten we wat en ondertussen praatten en lachten we wat. Het was niet persoonlijk.
Opeens een harde auw. Een A-teamer had per ongeluk iemand van ons op het hoofd geraakt. Het was Jurgen. Hij viel op de grond en kronkelde wat dramatisch. Iets te dramatisch, naar mijn mening. Zijn hoofd werd rood en de bult op zijn kop groeide met de seconde. Iedereen stond nu om Jurgen heen en keek. Tja, de meeste van ons keken hoogstens wel eens naar meediesentrumwest en we wisten dus geen van allen hoe we Jurgen konden helpen. Hij moet naar huis, zei iemand. Ja, maar wie gaat hem brengen dan?. Hoezo brengen? Issie mongool ofzo dan?
Ik kom zelf wel thuis kreunde Jurgen. We liepen weer richting bos. Iedereen moest daar zijn en dus konden we net zo goed met ons allen gaan lopen. Iemand pakte een haarspraybus uit zijn fietstas en stak een stuk gras in de fik. Niemand had zin om het uit te maken en dus moest ie zelf zand gaan halen. Een A-teamer vertelde over zijn plan voor een nieuw soort hut. Dat paste goed bij ons plan en we besloten samen te gaan werken, deze zomer.
Net als vorige zomer, eigenlijk, toen het ook zo ging.
5.
16:15, schooltijd was afgelopen. We crosten weer naar huis om vijf minuten later met onze monden vol ontbijtkoek en in onze handen een stok weer te verzamelen bij het speeltuintje. De tegenstanders waren er niet, die waren verderop in het naar wapens te zoeken. We hadden om 5 uur afgesproken bij het schoolplein.
Natuurlijk waren wij vol zelfvertrouwen dat we zouden winnen. Wij hadden namelijk de beste wapens. Die anderen moesten het doen met tweederangs stokken! En terwijl wij ons voorbereiden door flink te oefenen en ons vol te proppen met goedkope buurtsuper-chips, wat we weer weg spoelden met blikjes cola van 29 cent, verstreek de tijd. Iemand merkte op dat het kwart voor 5 was. Het was 10 minuten lopen en het is natuurlijk niet beleefd om te laat te komen. We begroeven de zakken chips in de grond de prullenbak hadden we een tijdje geleden in de fik gezet en was nu verwijderd door de gemeente en gingen op weg.
Sommigen van ons hadden theedoeken om hun hoofd gebonden. Het zou het gevecht van de eeuw worden. Voor eens en voor altijd zou het speeltuintje van ons zijn. We scheurden joelend door het bos. We kwamen aan bij het schoolplein die, op het A-team na, totaal uitgestorven. Ook toen deden leraren blijkbaar al aan thuiswerken.
OK JONGENS! EVEM DE REGELS! NIET SLAAN OP HET HOOFD, NIET OP DE SCHENEN EN ZEKER NIET OP HET GROOT HERTOGDOM!
Gelach. Iedereen was zenuwachtig en dus was een woord als Groot Hertogdom om te brullen natuurlijk.
DE GROEP DIE HET EERSTE WEGFIETST HEEFT GEWONNEN EN MAG DEZE ZOMER DE ONDERGRONDSE HUT MAKEN!
Oja, dat had ik nog niet verteld. Dat was zon beetje de inzet. Elke zomer werd in de zandbak van de speeltuin een grote ondergrondse hut gebouwd. Iedereen wilde meebouwen, maar alleen de beste bouwers mochten meedoen. De anderen liepen toch alleen maar in de weg.
AJ LOF IT WEN A PLEN KOMS TOEGETER Riep iemand.
(wordt vervolgd)
4.
Soms liepen de vechtpartijen verkeerd af. Dan had iemand net even meer pijn dan nodig was geweest. Nu was het één van ons. Tijd voor wraak dus. En terwijl hun snel wegfietsten op hun crossfietsen en barrels smaadden wij ons plan. We gingen die gasten aanpakken zoals de Turtels. Leon had namelijk twee van die stokken met een touwtje er tussen en dat had één van de Turtels ook. En de Turtels wonnen altijd. Meteen noemden wij ons De Turtels. Negen schildpadden zonder schild en met smerige spijkerbroeken. We gingen op zoek naar wapens.
Dat viel niet mee. Het bevestigen van twee dikke stokken doormiddel van een touwtje ertussen was moeilijker dan gedacht. Het maken van zwaarden was helemaal niet te doen. De enige oplossing was een stok. Één van De Turtels had namelijk een stok. Met je handen vechten mocht ook, zoals Shredder dat altijd deed, maar eigenlijk had hier niemand zin in.
Het was tijd om te eten. Morgen zouden we de anderen aan gaan pakken. Nee, met ons viel niet te sollen.
De volgende dag hadden de anderen via het altijd gezellige roddelserkwie gehoord van onze plannen. Zij zouden deze middag hun wapens gaan zoeken. Het A-Team; dat waren zij. Shit. Wij wilden ook graag het A-Team zijn. Maar wij waren de Turtels en die wonnen altijd!
In de middagpauze scheurden we naar huis om ons goed verstopte wapen te controleren. Onze ouders mochten natuurlijk niks van onze plannen afweten en daarom verstopten we onze stokken in het bos. Vlak bij je huis, zodat je bij nood meteen bij het wapen kon komen. Slim bedacht vonden wij.
(wordt vervolgd)
3.
Het bos was het verzamelpunt. We kwamen altijd bij elkaar in het speeltuintje dat midden in het bos lag. Daar stonden wat speeltoestellen waar we op konden zitten. We waren niet de enige groep die daar zijn thuisbasis had. Wij waren de goeden en een rivalen van ons was een andere groep kinderen. Die waren één jaar ouder, zaten op dezelfde school en waren uiteraard allemaal stomme eikels. De speeltuin was gewoonweg te klein voor twee groepen en het liep dan ook vele malen uit op knokken. Vaak was er helemaal geen aanleiding voor hoor. Dan waren hun bezig met aardappels poffen (iets wat we uit een Brammetje Bond boek hadden geleerd) en wij waren bezig met het slijpen van onze pijlen (iets wat we ons zelf hadden aangeleerd) met gejatte keukenmesjes. Op een gegeven moment zaten wij in de rook van hun stinkende aardappels en dan was het natuurlijk meppen geblazen. Natuurlijk was het wel fair. Wij mochten onze scherpe pijlen niet gebruiken en hun mochten niet gooien met gloeiend hete aardappels. En dan was het loos. Slaan en schoppen alsof je leven er vanaf hing en natuurlijk ook even oppassen dat je vrienden niet in elkaar werden geslagen. Als we er zat van waren ging jij en je vechtpartner maar aan de kant zitten roddelen over mijn broer die stiekem iets zou hebben met zijn zus. Het was allemaal niet persoonlijk.
(wordt vervolgd)
2.
Soms werden we betrapt. Nou ja soms eigenlijk gebeurde dat best wel vaak. Op een gegeven moment kwam er een oude vrouw en een oude man aan. Wij hadden net een nieuw stuk gras in de fik gezet en we wakkerden het nog wat aan met een litertje haarspay. De oude vrouw kwam er aan lopen en wij schrokken ons het apelazerus. Logisch natuurlijk, want we konden zomaar verlinkt worden en dan hadden we een groot probleem met onze ouders.
Als volleerde indianen begonnen we op het vuur te springen. Dit was de noodoplossing om het vuur uit te maken; de zandbak was te ver weg. Natuurlijk niet de veiligste manier om een vuur dat een meter hoog komt uit te maken, maar het was wel effectief. Natuurlijk was er altijd iemand die zo stom was om zijn broek in de fik te laten zetten. Ik nooit. Jurgen was het deze keer. Op één of andere manier was het toch ook wel leuk, als iemands broek in de fik stond, want dan kon je tegen hem aan trappen. We zaten niet voor niks op voetbal. Jurgen niet trouwens, die zat op judo. Dus wanneer iemand anders in de fik stond was het altijd Jurgen die het hardst trapte. En wanneer Jurgen dan een keer in de fik stond, trapten wij natuurlijk ook lekker door.
Uiteindelijk gingen beiden vuurtjes altijd weer uit. En dan was het wegwezen geblazen. Op onze crossfietsen en andere barrels scheurden we door het bos heen. We woonden namelijk allemaal aan een bos en daar vonden onze pyromaanactiviteiten ook altijd plaats.
(wordt vervolgd)
1.
Vuurtjestoken was hip. Tenminste, toen ik klein. In groep 3 en 4 was het mijn grootste hobby, al zeg ik het zelf. Elke doordeweekse dag, na schooltijd, gingen we naar de Milo om een aansteker te halen. Of naar de supermarkt, want daar kon je voor 49 cent 10 pakjes lucifers halen.
In het weekend pakten we het soms wat grondiger aan. Dan kochten we na het voetballen allemaal een spuitbus met gel. Natuurlijk verspreiden we ons wel over de supermarkten en buurtsupers, want een kudde van 9 kinderen die allemaal een bus haarspray kopen; dat valt wel op. Meer dan eens werd ons de haarspray en de lucifers verboden te kopen. Maar dan probeerden we gewoon een andere supermarkt. Of we zeiden: this voor mijn vader.
Met die gel sprayden we een groot stuk gras onder en dat zetten we dan in de fik. En dan maar rennen natuurlijk, want je weet nooit waar het heen kon fikken. We kwamen er altijd te laat achter dat het vuurtje een vuur begon te worden. En dan moesten wij, als volleerde brandweermannen, met zn allen naar de zandbak rennen. En terwijl één van ons het intussen fors gegroeide vuur in de gaten hield kwamen wij weer aanrennen met ons truien en handen vol zand. En dan als bezetenen op het vuur gooien, met dat zand. Gelukkig ging het altijd uit.
En dan begonnen we weer opnieuw. Nieuw gras zoeken, haarspay spuiten, vuur erbij en rennen naar de zandbak. Zo kwamen wij de middag wel door..
(wordt vervolgd)
En als je het niet verwacht dan gebeurt er ineens wat plezants. Zomaar, vanuit het niets, hebben mijn ouders namelijk Trilogie van Acda en de Munnik gekocht. Dat zijn dus 4 cds met de drie optredens die ze de afgelopen jaren hebben gehouden. Geweeeeeldig gewoon! Dat scheelt namelijk een hoop download-tijd en trouwens; het origineel is toch veel beter. Ik heb natuurlijk meteen een 8mm cd-tje volgebrandt zodat ik de cds achter elkaar op mijn MP3-speler kan beluisteren. De techniek staat voor niets, zeggen we maar.
En alsof dat nog niet genoeg is heeft mijn moeder ook nog een nieuwe auto. Een Volkswagen Polo, zwart, brullend en met spoiler. Aah, het leven kan zo mooi zijn. Een gratis biefstuk erbij en het is perfect, maar we kunnen niet alles hebben.
Vanavond heb ik een feestje bij iemand die ik in Duitsland heb leren kennen. Er komen ook wat mensen uit Duitsland dus dat wordt vast en zeker wel gezellig! En morgen weer naar Zwolle toe, want anders moet ik maandag zo vroeg opstaan en daar hou ik niet zo van.
Goed, nu effe doesjen en dan naar een plaatsje in de buurt van Zwolle want daar ist feestje.
Ramon schopt bibs!
Ow, en
Kim natuurlijk ook!
Jaaa, sorry hoor; ik kan de aankomende 5 weken mijn belofte (meer tekst hier!) niet waarmaken. Dus over vijf weken weer meer geenheld. Nu moeten jullie het doen met over het weekend verspreidde eenheden. Enzo.
Overigens heb ik de Katja-woorden er niet bewust afgehaald. Deze zijn na een kleine 'bug' verdwenen. Wel bedankt voor U komst trouwens, en U vele reacties. Ik heb ze zelf niet gelezen, maar volgens mijn broer waren ze redelijk positief.
Ach ja, geenheld.nl staat altijd open voor nieuwe initiatieven om publiek te trekken.
Weet je wat lekker is? Nou? Stilte.
Ik woon aan een vrij drukke straat en het raam in mijn kamer grenst aan die straatkant. Wanneer ik ga slapen is het altijd al zo laat dat ik enkel de brommers die langs komen nog hoor. Maar smorgens begint het altijd al vroeg te leven in het Hart van Zwolle. Om half 8 rijdt de vuilniswagen op woensdag al door onze straat in. Gekkenwerk natuurlijk, want dat is veel te vroeg! Dan slaap ik nog! En ik heb mijn rust hard nodig, want ik ben een hard werkende journalistiek student die vaak tot savonds laat aan het werk is met maatschappelijke onderwerpen waarmee ik de wereld ga redden! (hele mond vol, bunch of crap..).
Maar goed, die vuilniswagen dus. Ten eerste haalt hij de bak niet op, omdat ik de bak niet binnen de witte tegels had gezet. Ook zo iets! Sinds wanneer zijn die vuilnismannen te beroerd om even een stukje te lopen!? Het zijn toch zeker stevige grote mannen enzo!? Niet dus, stelletje watjes. En dan maken ze mij ook nog wakker met hun geschreeuw en het keiharde gebrom van de motor van de vuilniswagen. Omdat ze steeds 5 bakken ophalen staat die wagen toch wel een minuut of wat voor mijn raam te brommen. Ik woon op de eerste verdieping en kan er zo opstappen als ik mijn raam uitloop.
Maar die stilte. De stilte die dan ineens tot je doordringt als de wagen wegrijdt. Op het begin hoor je hem nog, maar later hoor je helemaal niks meer. Zo zaaaaalig. Op zon moment hou ik van die vuilniswagens. Op andere moment heb ik een hekel aan die stinkdingen..
Ik schaam me. Ik laat jullie dramatisch in de steek, merk ik wel. Dat komt trouwens niet door mij, maar door mijn leraren. Die bedenken heel veel (leuk) werk waardoor ik niet aan deze site toe kom. Het feit dat ik geen internet thuis heb en daardoor dus alleen op school kan updaten helpt ook. Maar goed, ik ga proberen om mijn leven te beteren en minstens twee keer doordeweeks op deze site iets te schrijven. Tzal moeilijk worden, maar het moet lukken vind ik.
Ik heb er ook nog even over nagedacht om er gewoon helemaal te stoppen met geenheld, maar dat vond ik ook maar niks. Het druist tegen mijn principe in dat stoppen zinloos is. Minderen is ok, maar stoppen is stom.
Vandaag was ik een echte student. Sterker nog, de afgelopen week was ik een echte student. Het enige verschil tussen een echte student en mij was dat ik wel wat anders deed dan suf op de bank liggen en bier drinken uit dubieuze blikjes. Nee, ik was de afgelopen week een echte student. Groot applaus dus. Donderdag hadden we onze eerste uitzending. Ons item was een cynisch item over een bordspelavond die was georganiseerd door een buurtvereniging. Beetje lullig voor die buurt, want er kwam niemand opdagen. Ja, twee mensen. Ow, het was zeer komisch, maar je mocht niet lachen, natuurlijk. Nu vraag je je misschien af waarom ik geen wereldproblematiek behandel. Nou, ik zit in de kunst en cultuur-redactie. Stomme redactie, want kunst kan me gestolen worden. Behalve natuurlijk
Ramons Stoepkrijtkunst, maar das andere koek!
Zondag ga ik op de iets gewaagdere toer. Dan gaan we namelijk naar de
Eroticabeurs die dan wordt gehouden in de Ijsselhallen in Zwolle. Jaja, Luuk goes to the sex-industrie!. Dinsdag wordt het item uitgezonden in de uitzending om 12.45 luistert allen (kan natuurlijk niet, maar het gaat om het idee..).
Maar goed, ennieweej; vandaag was ik een echte student. Het afgelopen jaar heb ik als een student met de massa meegelopen naar de trein. Ok, toen voelde ik me ook wel student, maar nu weet ik dat dat niet waar was. Je bent pas student als je op vrijdag met een grote tas vol kleren naar het station loopt en dan met een grote plof naast een andere student moet gaan zitten. DAN PAS ben je een echte student. Maar ik ga nu eerst eten koken zoals een echte student dat beaamt en daarna een biertje drinken met een andere echte student en een nep-student. Overigens ben ik nu weer bij mijn ouders, dus meer updates dit weekend.
Daar zit je dan, ver weg van je eigen vertrouwde wereldje, in de duister lokaaltje op school. Ik zit hier nu helemaal alleen, niemand anders hier. Lekker stil zo, das wel prettig. En koel, want anders is het altijd zo warm in zon PC-lokaal.
De eerste dag als zelfstandig student ging lekker. Zondagavond was ik helemaal gesetteld op mijn nieuwe woonplek. Tv-tje, Radio-tje, Bed-tje AKA Bank-je, Burooo-tje; nou ja, alles. Behalve een computer dan, want die moet nog geformatteerd worden en dan pas mag hij bij mij komen wonen.
Mijn huisgenoten zijn lief hoor. Drie dames zijn het. Uiteraard van die zelfstandige flikker lekker een eind op dames die zich niets laten voorschrijven. Heerlijk. En schoon dat het bij ons is! Niet normaal meer. De voordelen van een huishouden met drie dames stapelen zich op. Het is hier dus altijd schoon, waar je per definitie weinig aan hoeft te doen. Natuurlijk probeer ik wel mijn steentje bij te dragen, maar de dames kapen al het schoonmaakwerk al voor me weg! Tja, en wie ben ik dan om te zeggen..
Vanmorgen moest ik om half negen op school zijn. Later bleek dit half 11 te zijn, maar we hadden nog een brief moeten hebben krijgen hierover. Heel fijn. We kregen wat uitleg over het praktijkblok en de redazzies werden ingedeeld. Heel leuk allemaal hoor, maar wel hard werken waarschijnlijk, want we hebben twee radio-uitzendingen per week! Op de dinsdag en de donderdag. Donderdag is onze eerste en we gaan daarvoor de HBO-Introdag en Het Russisch Staatscircus, dat nu in Zwolle is, onder de loep nemen.
Goed, ik denk dat ik maar weer eens naar huis toe ga, want er komen zo wat leuke programmas op televee. Morgen ga ik uit eten en uiteraard de hele avond NET5 kijken met een vriendin van me. Groetjes, Mr. Blauwvinger (das één of andere Zwolse benaming voor een inwoner uit Zwolle. Rare mensen..).
Ik ga naar Zwolle. Ooit tot later.
|
|